Top     Home
Buiten het medeweten van zijn ouders reed de 20-jarige zoon met hun voertuig en veroorzaakte een ongeval.

De zoon had enkel een voorlopig rijbewijs en mocht dus niet zonder begeleider rijden. Op het ogenblik van het ongeval was hij niet begeleid.

De B.A.-verzekeraar liet weten dat hij verhaal zou uitoefenen voor de aan derden betaalde schadevergoeding.

In zijn brief omschrijft de verzekeraar de reden voor verhaal als volgt: "de bestuurder van het voertuig voldoet niet aan de wettelijke en reglementaire voorwaarden voor het besturen van een auto".

Het ongeval veroorzaakt door de zoon van mijn cliënten is zeker niet te wijten aan het feit dat hij alleen reed met het voertuig; het ongeval had zich eveneens kunnen voordoen met een begeleider. Kan men dan niet eisen dat de verzekeraar het oorzakelijk verband aantoont tussen de overtreding (zonder begeleider) en het ongeval of, met andere woorden, dat hij bewijst dat het ongeval te wijten is aan de afwezigheid van begeleider?


Dit is een tamelijk subtiel argument dat al meermaals werd gebruikt. Het gaf meestal aanleiding tot discussies en gerechtelijke uitspraken en werd soms ook aanvaard.

Uiteindelijk kreeg het Hof van Cassatie het laatste woord (arresten van 19.2.2009, 19.6.2009 en 13.9.2012).

Het Hof drukte zich als volgt uit:

Krachtens artikel 25. 3°. b van de modelovereenkomst heeft de maatschappij een recht van verhaal op de verzekeringnemer en, indien daartoe grond bestaat, op de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, wanneer, op het ogenblik van het schadegeval, het rijtuig bestuurd wordt door een persoon die niet voldoet aan de voorwaarden die de Belgische wet en reglementen voorschrijven om dat rijtuig te besturen, bijvoorbeeld door een bestuurder die de vereiste minimum leeftijd niet bereikt heeft, door een persoon die geen rijbewijs heeft of door een persoon die van het recht tot sturen vervallen verklaard is.

Aangezien die bepalingen geen enkele andere toepassingsvoorwaarde opleggen dan de niet-naleving van de wet of van de reglementen, wordt het verhaal van de verzekeraar tegen de verzekerde niet afhankelijk gemaakt van de voorwaarde dat de niet-naleving van de wet of de reglementen in oorzakelijk verband staat met het ongeval.

Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door artikel 11 van de voormelde wet van 25 juni 1992 (thans art. 65 van de nieuwe wet van 4.4.2014) dat stelt dat in de verzekeringsovereenkomst geen geheel of gedeeltelijk verval van het recht op de verzekeringstussenkomst mag bedongen worden wegens niet nakoming van een bepaalde in de overeenkomst opgelegde verplichting, nu het verhaal van artikel 25, 3°, b), van de Modelovereenkomst niet steunt op een door de verzekeringsovereenkomst opgelegde verplichting, maar op de miskenning van een wettelijke verplichting.”

Het Hof van Cassatie is van oordeel dat de B.A.-autoverzekeraar automatisch recht heeft op verhaal als een bestuurder een ongeval veroorzaakt terwijl hij de reglementering betreffende het rijbewijs overtreedt (hier: geen begeleider).

Het verhaal van de B.A.-autoverzekeraar op de zoon van uw cliënten is dan ook geldig zonder dat de verzekeraar een causaal verband moet aantonen tussen de overtreding en het ongeval.

De B.A.-autoverzekeraar kan echter geen verhaal uitoefenen tegen de ouders omdat de overtreding plaatsvond buiten hun medeweten.



© D.A.S. Journaal, mai 2016

B.A.-Autoverzekering - Geen geldig rijbewijs – Verhaal van verzekeraar 03/2016